Europa houdt stand in een wereld op drift

Bij de uitreiking van de Comeniusprijs 2026 werd de Comeniuslezing verzorgd door prof. Hendrik Vos. Vos sprak tijdens in lezing onder andere over de veerkracht van de Europese Unie en het belang van het belang van gezamenlijke keuzes in turbulente tijden.

Wat is de Europese Unie?

Eerst dit: ik denk niet dat de Europese Unie een vaste, solide, culturele kern heeft: iets wat wij hebben en de rest van de wereld niet. De zoektocht naar dé Europese essentie is trouwens al vele jaren geleden stopgezet, vanuit het besef dat dit continent te verscheiden is om onder één noemer te vangen. Het officiële motto van de Europese Unie is intussen ‘eenheid in verscheidenheid’.

Dat staat overigens ook in het wapenschild van Indonesië. Dus zelfs dat is niet zo uniek. China, de VS, Rusland, India, maar ook Nederland of België: allemaal ‘eenheid in verscheidenheid’, toch?

Wat is de Europese Unie dan wél? Een groep landen die besloot om grenzen weg te gommen en samen te werken. Vandaag vinden we dat vanzelfsprekend: we vormen één markt, betalen met dezelfde munt en reizen van Finland naar Portugal alsof het niets is. In de meeste gevallen merken we amper nog dat we een ander land in gaan. (Soms aan het wegdek, dat wel.)

Maar na de Tweede Wereldoorlog was dat ondenkbaar: landen wilden hun eigen baas zijn. De Duitsers waren verslagen en Parijs wilde Frankrijk besturen, Den Haag wilde Nederland besturen, Brussel wilde België besturen. Wij waren hier een verzameling Noord-Korea’s. Aparte landjes, afgesloten van elkaar, met daartussen grenzen, slagbomen, barrières, muren, prikkeldraad. Het was zelfs verboden om vanuit België boter te kopen in Nederland. Het is te zeggen: als je met Nederlandse boter naar België kwam, moest je stoppen aan de grens. Daar stond een slagboom. Een douanier. Je moest de boter aangeven, extra belasting betalen en alleen kleine hoeveelheden waren toegelaten. Uiteraard werd er gesmokkeld: boter was in Nederland goedkoper dan in België, dus gingen mensen uit de grensdorpen stiekem naar Nederland, kochten boter, keerden terug via de smokkelpaden. Douaniers legden zich in hinderlagen. Veel romantische verhalen, en ze liggen niet zo ver achter ons. Douaniers, tussen haakjes, waren in die periode uitsluitend mannen. En vrouwen werden nooit gefouilleerd. De bewoners van de grensdorpen hadden dat in de gaten en stuurden vooral vrouwen naar Nederland om boter te kopen. Maar die douaniers waren niet van gisteren. Als ze in de grensstreek een vrouw zagen, hielden ze haar toch tegen. Fouilleren was niet toegelaten. Maar als er het vermoeden was dat ze onder haar kleren pakken boter verborg, dan namen ze haar mee naar het douanehuisje, en zetten ze haar naast de kachel. Uit die tijd komen we.

Dat is veranderd. We beseften dat we te klein en te versplinterd waren in een wereld met grote spelers in opmars. En dus haalden we de slagbomen weg. We moesten ons verenigen. En we zijn samen regels beginnen te maken. In wezen is dàt de kern van de Europese Unie: landen die een markt vormen, die een munt delen en die samen regels maken.

Mensen mopperen er wel eens over. Maar vroeger hadden we voor alles 27 aparte regels. Aan elke grensovergang stonden vrachtwagens uren aan te schuiven. Er moest gecontroleerd worden of alles wat het land binnenkwam wel aan de eigen, nationale normen beantwoordde. Zolang elk land eigen regels of standaarden heeft, heb je overal controles nodig. Het ene plakt dus aan het andere. We willen één markt zijn, en maken bijgevolg samen regels.

In die Europese regels zitten trouwens waarden verscholen. De meeste regels in Europa zijn bedoeld om te ‘beschermen’. Het gaat over voedselveiligheid en consumentenbescherming, over privacy en pesticiden, over klimaat en dierenwelzijn. In vergelijking met de rest van de wereld leggen we de lat in Europa meestal wat hoger. Als er twijfel is over kleurstoffen in voedsel of over gif in speelgoed, zal Europa sneller verbieden. Standaarden rond klimaat of privacy zijn hier strenger. Dat is een keuze. En zo komen we weer bij de vraag: wat is de Europese Unie? Wel, alvast een club landen die andere keuzes maakt dan de meeste andere plekken in de wereld. Die meer bescherming biedt.

En dat brengt me bij de kwestie: hoe neemt Europa beslissingen?

De technische details vindt u terug op de website van de Europese Unie of in handboeken over Europees recht. Juristen en bestuurskundigen worden er opgewonden van en kunnen er vol passie over spreken, maar ik wil het hebben over de principes die eraan ten grondslag liggen.

Compromissenfabriek

De Europese Unie is ongelooflijk divers. Dit kleine werelddeel, niet meer dan een aanhangsel van de grote Aziatische landmassa, herbergt een duizelingwekkende weelde aan talen en landschappen, klimaten en culturen. Van de zongebleekte stranden van Ibiza tot de glazen gevels in Frankfurt, van de volkse cafés in het dampende Dublin tot de chique koffiehuizen in het walsende Wenen, van de besneeuwde vlaktes in Zweden tot de stoffige steegjes in Athene, overal liggen de breuklijnen kriskras door elkaar. Europa zit vol craquelé.

Waar er verschillen zijn, daar wordt gediscussieerd. Gedebatteerd. Geruzied. Ieder heeft zijn kijk op de zaken, ingegeven door de eigen belangen, de eigen geschiedenis. Daar komt conflict van en dat is al altijd zo geweest. Vroeger gingen we ermee om door het uit te vechten op 4 slagvelden. We hebben elkaar op dit continent bekampt met knotsen en bijlen, met zwaarden en kanonnen, met mitrailleurs en mosterdgas.

Na de Tweede Wereldoorlog gooiden we het over een andere boeg. Het is te zeggen: de verschillen mogen blijven bestaan. Landen houden hun karakter. Ook mensen kunnen zijn wie ze willen zijn. Dat staat zo vooraan in het Europese verdrag, in artikel 2. Respect voor de menselijke waardigheid staat centraal. Wat ook je politieke overtuiging is, welke taal je spreekt, wat je geloof ook is, of je geaardheid: het maakt niet uit. Je moet je kunnen uiten zoals je bent. En als je voor de rechter staat, hoor je fair behandeld te worden. De rechtsstaat is de basis van alles.

De diversiteit is dus niet afgeschaft, integendeel. Er zijn bijgevolg ook nog altijd meningsverschillen. Maar de conflicten verhuisden: van het slagveld naar vergaderzalen. Ze worden uitgevochten aan tafels en in wandelgangen. Brussel staat vol met tafels waar ruzie wordt gemaakt. Liberalen zien het zus en socialisten zo. De Grieken willen dit, de Denen dat. De Belgen vragen een uitzondering, de Nederlanders korting. Die confrontatie kan heftig zijn. Een tuinfeest is het meestal niet, maar wapens komen er niet meer aan te pas. Dat is wat ons in de Europese Unie bindt: een akkoord over waarden en spelregels, verankerd in verdragen.

Respect voor diversiteit, daar pleitte Comenius vierhonderd jaar geleden al voor.

De omgang met diversiteit is tijdrovend en dus afmattend. Maar tegelijk ook verrijkend. Elk thema wordt hier gedurig vanuit verschillende aanvliegroutes benaderd. Grote vooruitgang komt er meestal als vertrouwde onderwerpen vanuit een nieuw perspectief bekeken worden. Nieuwsgierigheid en het openstaan voor verrassingen, ook zo’n stokpaardje van Comenius.

In Europa botsen ideeën gedurig. Als de consensus in zicht is, staat er altijd wel een Portugese perfectionist op, een Fin met vragen bij de volgorde van de komma’s, een Luxemburgse twijfelaar of een geagiteerde Oostenrijker, die nog wat aan het debat wil toevoegen. Dan wordt de vergadering onderbroken, komt er een werkgroep samen en worden alle opties opnieuw overwogen, in 24 officiële talen en in een poging om de geopperde bezwaren mee in rekening te brengen. Het eindigt met 5 voetnoten, uitzonderingen en overgangsbepalingen, veel koffie ook, en een persconferentie in het midden van de nacht.

Europa, dat is ploeteren en palaveren, wriemelen en water bij de wijn doen. Compromissen sluiten. De Unie is een grote compromissenfabriek. Een machinerie die ratelt en rookt, maar toch blijft draaien.

Het publiek verlangt kordaatheid, klare taal en een vuist op de tafel. Er wordt soms jaloers naar andere plekken gekeken. Daar gaat het sneller, stelt men vast. In China bijvoorbeeld: de Communistische Partij hakt de knoop door en zo zal het geschieden. Wat Tibetanen of Oeigoeren daarvan vinden, maakt weinig uit, want die hebben niets in de pap te brokkelen. Ook in het Rusland van Vladimir Poetin wordt rap geschakeld. De president knipt met de vinger en verder debat is overbodig. Wie tegenspreekt, die krijgt polonium of novitsjok in zijn thee, of het gif van de pijlgifkikker. Of vliegt naar Siberië. Journalisten die er kritisch over berichten vallen uit het raam van de zevende verdieping.

In de Europese Unie daarentegen is er niet één iemand of één partij die het altijd voor het zeggen heeft. Er is ook niet één land dat steeds zijn slag thuishaalt.

Als er een uitdaging op het pad komt, dan wordt er gepraat en geluisterd. De meest uiteenlopende meningen, standpunten en gevoeligheden worden op tafel gelegd. Dat duurt. Dat kraakt. Dat schuurt.

Maar misschien verdient dat vermaledijde compromis wel meer waardering. Dit is een continent dat ondanks de vele culturen, talen, geschiedenissen en belangen bijeen wordt gehouden. Niemand ramt er brutaal en ongehinderd zijn visie door. Dit maakt Europa anders dan autoritaire regimes.

Is Europa te traag?

Allemaal goed en wel, wordt wel eens gezegd, maar hollen we daardoor niet achter de feiten aan? Betaalt Europa daar geen prijs voor? Een terecht bekommernis.

Maar je ziet dat Europa met de rug tegen de muur soms verrassend snel schakelt. Wanneer de lidstaten aan de rand van de afgrond belanden en de leiders tijdens alweer een crisisoverleg in het midden van de nacht in 6 de diepte staren, beseffen ze altijd hoeveel er op het spel staat. Ze treffen maatregelen, voor de beurzen openen, voor het onheil zich voltrekt, voor de barsten onherstelbaar worden en alles ineenstuikt. Wat soms jaren onderhandelen vergt, kan dan in enkele uren worden beslist.

Vandaag zijn er opnieuw grote uitdagingen. Het is erop of eronder. Althans, dat is de teneur van veel berichtgeving: hijgerig, met veel gevoel voor drama.

De allereerste conferentie over Europese politiek waar ik ooit naartoe ging, droeg de titel: ‘Europa op een kruispunt’. Sindsdien woonde ik een twintigtal congressen bij met precies dezelfde titel. De Europese Unie hobbelt al haar hele bestaan van de ene crisis naar de andere uitdaging. En telkens lijken de problemen van het moment nét iets groter, nét iets gevaarlijker dan de vorige.

Dat gevoel hebben we natuurlijk omdat we weten hoe eerdere crisissen zijn afgelopen. De Unie worstelde zich er namelijk door.

Het pad lag nooit vast

Ik schreef een boek over de geschiedenis van de eenmaking en stelde vast dat het allemaal ook heel anders had kunnen lopen. De geschiedenis meandert. Ze kronkelt, aarzelt, struikelt en neemt soms plots een afslag die weinigen zagen aankomen.

Neem het begin. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de EGKS waarmee de samenwerking begon, ontstond niet uit een majestueus plan dat breed was voorbereid, maar uit een samenspel van improvisatie en toeval. Robert Schuman, de vader van de eenmaking, kwam uit Luxemburg, studeerde in Duitsland, zat tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger, en werd pas later Fransman. Hij ging in de politiek en werd minister van Buitenlandse Zaken. Op een avond in het voorjaar van 1950, in een station in Parijs, kreeg hij een papiertje in de hand gedrukt, met een paar losse ideeën over Frans-Duitse samenwerking. Die ideeën kwamen van Jean Monnet, een cognac-handelaar, die intussen, net als Comenius, zijn naam gaf aan een Europees onderwijsprogramma. Het gebeurde allemaal op de tast. En tien dagen later, op 9 mei 1950, werd het plan voorgesteld om een EGKS op te richten. 9 mei is vandaag nog altijd de Europese feestdag. Achteraf lijkt het vanzelfsprekend, alsof het in de sterren geschreven stond. In werkelijkheid was het een reeks van 7 gewaagde sprongen, aarzelende stappen en improvisaties. Maar ze werkten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Altiero Spinelli gevangen op het eiland Ventotene. Hij schreef er een Europese grondwet op sigarettenblaadjes. Er gebeurde weinig mee. Veertig jaar later probeerde hij het opnieuw, inmiddels als lid van het Europees Parlement, verkozen op de lijst van de Italiaanse communisten. Opnieuw werkte hij aan een Europese grondwet. Opnieuw was het te vroeg. Vandaag, nog eens veertig jaar later, lijken de spelregels van de Europese politiek verdacht sterk op wat Spinelli veertig jaar geleden vertelde in het Parlement en ruim tachtig jaar geleden neerkrabbelde op sigarettenblaadjes.

Geen droom is ooit te gek. Wat op het ene moment ondenkbaar lijkt en wordt weggezet als naïef, krankzinnig of gevaarlijk, kan soms snel nadien al doodnormaal zijn. Ook dat leert de geschiedenis: zeg nooit nooit.

Vandaag bereiden de Europese landen zich voor op een lange confrontatie met Rusland. Er worden legers versterkt, budgetten verhoogd, camouflagejassen besteld en kanonnen in stelling gebracht. Ruslandkenners zeggen dat het niet anders kan. Met Moskou ben je nooit klaar. Er is altijd die neiging om het oude Sovjetrijk opnieuw op te bouwen. Misschien hebben ze gelijk. Maar na de Tweede Wereldoorlog werd krek hetzelfde gezegd over de Duitsers. Die zouden eeuwig op zoek blijven naar lebensraum. De verkeerde leider kiezen, zich herbewapenen en een ingebakken liefde tonen voor gotische letters, marsmuziek en strak staande vlaggen. Hadden we dat niet al een paar keer meegemaakt? Maar dan nam de geschiedenis een onverwachte afslag, de EGKS werd opgericht en oorlog tussen Fransen en Duitsers werd ondenkbaar. Misschien gebeurt het ooit ook zo met Rusland, als Poetin er niet langer de lakens uitdeelt. Of misschien ook niet. Wie zal het zeggen?

De Europese Unie is aantrekkelijk

De voorbije decennia zijn we, zonder groot plan, steeds meer samen gaan doen. En dat werkt. De Unie is bij lange na geen paradijs – daarvoor zijn er nog te veel armoede, ongelijkheid en discriminatie. Maar er zijn weinig plekken in de wereld waar het beter en veiliger leven is.

We kijken vaak jaloers naar de zogenaamde grootmachten, landen met forsballen, stalen zenuwen en weinig scrupules. Landen die diplomatie 8 vervangen hebben door decibels. We moeten meer zoals zij worden, klinkt het weleens.

Maar als brute macht de norm wordt, regels worden afgeschaft en cynisme tot een deugd verwordt, dalen we af naar de kelders en de krochten van onze eigen geschiedenis. We hebben het vroeger uitgeprobeerd, een wereld van willekeur en zonder recht. We herinneren ons daar niet de stabiliteit of de efficiëntie van, zelfs niet de kracht. Wel de massagraven.

Binnen Europa klinkt vaak somberheid: we zouden achteropraken, vergrijzen, verzwakken, verdwijnen. We praten onszelf hier graag de put in. Maar van buitenaf bekeken oogt het een stuk aantrekkelijker. Europeanen leven langer dan inwoners van de zogenaamd echte grootmachten. Ze hebben recht op meer betaalde vakantie. De sociale voorzieningen zijn toegankelijker. De ongelijkheid is kleiner. De kindersterfte ligt lager. In elke ranglijst over levenskwaliteit, geluk of menselijke ontwikkeling, staan Europese landen in de hoogste regionen, vaak ver boven de zogezegd superieure wereldspelers van het moment.

Onze buurlanden willen bij onze club komen. Er zijn geen landen die vragen om lid te worden van China of om toe te mogen treden tot de Russische federatie. Er zijn ook geen landen die deel willen uitmaken van de Verenigde Staten. Canada of Groenland al zeker niet. De Europese Unie daarentegen is wél aantrekkelijk. Landen voeren hervormingen door en nemen Europese regels en waarden over, om bij de Unie te mogen komen. Als anderen invloed willen hebben op hun buurlanden dan sturen ze er vliegdekschepen en een bataljon soldaten naartoe, meestal met tegenvallend resultaat. De Unie zwaait met de wortel van het lidmaatschap en landen passen zich spontaan aan.

Hoop

Crisissen maakten Europa sterker. Maar het tempo, het aplomb, de impact: die verschilden telkens weer. Een boerenwijsheid zegt dat je sterker wordt van tegenslag. Dat crisissen kansen bieden.

Dat klopt. Soms. De kans moet ook gegrepen worden. Soms staat men ernaar te kijken tot ze weer verdwenen is. Soms waait een crisis vanzelf over. Soms wordt ze simpelweg overschaduwd door een nieuwe ramp die alle aandacht opslokt.

Het bestuderen van de geschiedenis heeft mij vooral één ding geleerd – ik benadrukte het daarnet al: niets stond in de sterren geschreven. Europa was niet voorbestemd om de unie te worden die ze nu is. Het is een aaneenschakeling van omstandigheden, context, toeval, tegenslag, geluk. En altijd weer: mensen. Presidenten, kanseliers, premiers, ministers, commissarissen, parlementsleden, maar ook diplomaten, rechters, ambtenaren of medewerkers. Zij probeerden de angel uit het probleem van de dag te halen, vaak zoekend en improviserend. Ze vertrouwden of verketterden elkaar, ze gingen samenwerken, samenspannen of elkaar subtiel saboteren. Ze bluften en pokerden. Of ze aarzelden en draalden. Ze hakten knopen door. Of ze kropen in hun schulp. Ze waren ambitieus of angstig, koppig of volgzaam, visionair of voorzichtig – het waren mensen.

Geschiedenis schrijven is mensenwerk, en precies daarin schuilt hoop. Het betekent dat niets vastligt. We zijn geraakt tot waar we nu staan, vanaf hier moet het verder. Dat maakt het bouwwerk tegelijk krachtig en broos. Het is niet gezegd dat het instort, maar evenmin dat het standhoudt. Er is een waaier van mogelijkheden en hoe die wordt opengevouwen, is een kwestie van keuzes – goede, slechte, aarzelende, dwarse.

Ook dit sluit aan bij het denken van Comenius: hij was geen dromer, die dacht dat alles vanzelf goedkomt. Hij leefde zelf in een tijd van verwoestende conflicten en hij had ook cynicus of fatalist kunnen worden, maar ‘hoop’ was voor hem een morele keuze. Hij bleef geloven dat mensen kunnen leren van hun fouten.

Een zware verantwoordelijkheid rust vandaag uiteraard bij de mensen in de cockpit. Maar evengoed bij iedereen daarbuiten, want in een democratie beslissen wij wie aan het stuur zit.

Dat vraagt betrokkenheid, de plicht om je te informeren, ook weer iets waar Comenius veel belang aan hechtte. Het vraag om aandacht, bereidheid om te steunen wanneer het nodig is en evenzeer om tegen te spreken wanneer dat moet. Onverschilligheid is de enige houding die ons nergens brengt. Alles is beter dan dat: twijfel, hoop, protest, verbeelding – zolang het maar bewijst dat we de geschiedenis niet willoos laten gebeuren, maar ze mee vormgeven.

Soms worden er in Europa keuzes gemaakt die verkeerd uitpakken. Beslissingen die levens ontwrichten. Fouten die niet meer terug te draaien zijn. Mislukkingen die zich als littekens vastzetten. De stuntelige aanpak van de eurocrisis liet diepe sporen na. Er was het veel te lange stilzwijgen over apartheid. Er waren de dubbele standaarden. Het weigeren om de dingen te benoemen zoals ze zijn, ook als het gaat om genocide. Het wegkijken bij pushbacks in de Middellandse Zee is een schandaal dat niet te harden valt. Op te veel momenten is de Europese eenmaking een verhaal waarop alleen met schaamte kan worden teruggeblikt.

Laten we erkennen dat we niet elk probleem op de beste manier hebben aangepakt. Maar laten we daarom de moed niet verliezen. Laten we nooit toegeven op onze diepste waarden. Laten we over alles van mening verschillen, laten we ruzie maken, maar niet hierover, niet over het recht op vrijheid, over de rechtstaat, over respect, over democratie, over menselijke waardigheid. Laten we niet knikken en slikken voor de bullebakken. Laten we afspreken dat we niet over ons heen laten lopen. Laten we weten dat de problemen groot zijn en de oplossingen niet voor de hand liggen. Laten we de waarheid niet in pacht hebben. Laten we wel een paar waarden in pacht hebben! En laten we leren uit fouten.

Er komt altijd weer een moment waarop kan worden bijgestuurd. Een moment om de koers te hernemen, het roer om te gooien, het tempo op te drijven.

Op zulke momenten wordt duidelijk hoezeer mensen het verschil kunnen maken. Soms alleen, vaker in een trefzeker samenspel, slagen zij erin een richting te kiezen en de geschiedenis een duw te geven.

Dat maakt het verhaal uiteindelijk hoopvol. Niet omdat alles goed loopt – dat doet het zelden – maar omdat niets definitief vastligt. Omdat we kunnen blijven leren.

 

Biografie

Hendrik Vos (1972) is hoogleraar politicologie aan de Universiteit Gent, waar hij tevens directeur is van het Centrum voor EU‑studies. Hij is gespecialiseerd in besluitvormingsprocessen binnen de Europese Unie en in de dynamiek van actuele ontwikkelingen in de Europese politiek. Vos geldt als een van de meest gezaghebbende duiders van Europese politiek in Vlaanderen en treedt regelmatig op in het publieke debat over de toekomst van de EU. In 2008 won hij samen met VRT‑journalist Rob Heirbaut de Wablieft‑prijs voor klare taal voor hun boek Hoe Europa ons leven beïnvloedt.

 

Deze tekst verscheen eerder als Lecture Spirituelle.

 

Verder praten over dit artikel?

Neem contact op met Team Leiderschapsontwikkeling Clara SmitsKaren Meulenkamp en Laura de Moor via 033 – 422 99 29 of mail naar info@comeniusleadership.nl.

Meteen een telefonische kennismaking inplannen